Archive for the ‘Onderwijs’ Category
Blues Brothers meets Sister Act
Voor wie het wat lijkt?! Helaas heb ik dit jaar de boot gemist. De jaarlijkse voorstelling door docenten van Da Vinci College en SG Antoni Gaudí. Vorig jaar speelde ik mee in de musical Mama Mia. Nou ja, speelde… ik heb me er doorheen geworsteld. Ik had de enige repetitie gemist. Op de generale rekende ik op improvisatie – zoals het jaar daarvoor bij Doe Maar – maar het was toch de bedoeling dat ik tekstvast was. Nou, dat was ik niet. En daarom kon het gebeuren dat ik de drie regels tekst die ik had allemaal van een papiertje heb voorgelezen. Inclusief de zin: “Wil je met me trouwen?” Hoe romantisch is dat!?! Op mijn knieën, dat dan weer wel. Misschien komt het daardoor dat de uitnodiging om mee te doen mij dit jaar niet heeft bereikt. Ik had graag een liedje van de Blues Brothers gezongen. Raw Hide ofzo. Dat zingen ging vorig jaar ook helemaal niet verkeerd. Toch?
Vanavond is het weer zover. In de nieuwe theaterzaal van het Da Vinci College. Verdere informatie ontbreekt. Ik weet dat het is in het gebouw aan de Johanna Naberstraat in Purmerend, dat er twee voorstellingen zullen zijn, waarvan de eerste begint om 19.30 uur. Geloof ik. Op internet kan ik er niks over vinden en het mailtje dat ik erover kreeg heb ik alweer verwijderd. De opbrengst gaat volledig naar een goed doel. Vorig jaar was Kika het goede doel. Dus: wees daar of wees vierkant… Als ik na de rapportbesprekingen vanmiddag niet heel erg instort, dan ga ik er heen. Misschien.
Update: Ow, toch wat informatie online hier.
Gerrit Rietveld Academie
Maandag was ik op bezoek bij de Rietveld Academie in Amsterdam. De hogeschool voor de kunsten is ook ontworpen door de man die er zijn naam aan gaf: Gerrit Rietveld. Van meubelmaker tot kunstenaar tot architect, dat was de ontwikkeling die Rietveld doormaakte. Ik was al op jonge leeftijd onder de indruk van dat onmiskenbare vakmanschap. Ver voordat ik in Delft bouwkunde studeerde, was Rietveld mijn grote voorbeeld. Vooral de stoelen die hij heeft ontworpen vond ik prachtig. Functioneel en sierlijk tegelijk. Zijn meest bekende stoel vind ik het mooist zonder de verf. De blauwe, rode, gele en zwarte kleuren zijn later op de stoel gekomen, toen Rietveld zich aansloot bij kunstbeweging De Stijl. Piet Mondriaan en Theo van Doesburg waren aangesloten bij de beweging, en dan ontkom je niet aan die kleuren. De kleuren maken de stoel potsierlijk. Ongeverfd komt het functionele ontwerp mooi naar voren. De schoonheid van de eenvoud.
Maargoed, de Rietveld Academie. Wat een prachtige school! Ze ligt verscholen tussen tamelijk saaie kantoorgebouwen in Amsterdam Zuid, een stukje van de openbare weg. Als je aan komt rijden valt gelijk op dat het hier niet om één van die saaie gebouwen gaat. De kwaliteit druipt er vanaf, zonder dat je precies kan benoemen waar dat in zit. Dichter bij het gebouw voel je de energie van de studenten. Er wordt ook buiten druk gewerkt, je wordt er als het ware door naar binnen gezogen. Binnen vallen voor een oplettend oog de prachtig ontworpen details van het gebouw op. Ze zijn zó functioneel dat je er makkelijk aan voorbij gaat.
Het gebouw bruist. De tientallen werplaatsen die horen bij evenzoveel kunstrichtingen staan bol van creativiteit en levendigheid. Het lijkt in niks op de steriele ruimtes op de foto’s van de website. Misschien aan het begin van het jaar, als de jaarlijkse schoonmaakbeurt net is geweest. Een bijzonder prettige omgeving om te zijn. En bijzonder goed uitgerust met materiaal, machines en noem maar op. Ik was wel een beetje jaloers op mijn oude studievriendin die er nu directeur bedrijfsvoering is. Wie weet, kom ik er nog eens te werken.
De leerling staat centraal
Het is een veel gebruikte slogan in onderwijsland: de leerling staat centraal. Maar wat betekent het eigenlijk? Bedoel je daarmee dat de school het beste met de leerling voor heeft? Dat is zo vanzelfsprekend dat het idioot zou zijn daar aan te twijfelen. Als je echt de leerling centraal stelt, dan heeft hij iets te vertellen over zijn opleiding. Dan bespreek je wat hem interesseert en waar hij goed of slecht in is. Wat wil je leren en hoe ga je dat doen? De docent is dan de expert die hem begeleidt bij dat leerproces. Dat vraagt om maatwerk en een andere houding van de docent. Dan ben je niet meer alleen de persoon die uitleg geeft voor de klas en het tempo bepaalt. Daar hoort een andere organisatie bij, een andere manier van werken. Niet alleen voor de docent dus, maar voor de hele school, als organisatie.
Zolang leerlingen in klassen voor 99% allemaal dezelfde lesstof in hetzelfde tempo tot zich nemen is er geen ruimte voor ontwikkeling van het eigen talent. Scholen zijn als leerfabrieken. Je gaat er aan de ene kant in en komt er als eenheidsworst, aan de andere kant weer uit. Dat wisten de muzikanten van Pink Floyd ook al in 1979, toen zij Another Brick in The Wall schreven. Er zijn maar weinig scholen in Nederland, die anno 2010 veel verder komen.
Achterlijk onderwijssysteem
“Succes ermee”, zei Joeri. Met klas 2E bedoelde hij. Ze kwamen bij de wissel van de les het technieklokaal binnenstormen. De minuut die het duurde voordat ik was aangekomen, was voor hem lang genoeg om te merken dat er nu een stelletje wilden binnen zat. Toen ik aankwam zag ik een en ander door de lucht vliegen en iemand rood aanlopen omdat er een arm om stevig om zijn keel heen was geklemd. “Bedankt Joeri! Ik geloof dat ik het kan gebruiken.”
Het was onschuldig gedoe. Dollen, zoals kinderen op die leeftijd dat doen. Best gezellig, vond de klas. Best druk, vond ik. Net toen ik aan het bedenken was hoe ik orde in de chaos zou scheppen stelde een leerling voor om naar buiten te gaan. Dat was het! Ik had er in de laatste pauze nog aan gedacht, dat het zonde is om met dit prachtige weer de hele tijd binnen te zitten. Ik doe het vaker met een klas, stukje wandelen, gewoon even ontspannen, gezellig. Iedereen was enthousiast, dus snel naar buiten. Heerlijk gewandeld in het park vlak bij school.
Het is ook nogal wat. Ik kan het mij nog herinneren van mijn eigen middelbare schooltijd. Bijzonder lastig vond ik het om die lange schooldagen door te komen. Na het vierde lesuur was het wel op met de concentratie. Gym of handvaardigheid konden dan uitkomst bieden, maar meestal zaten er nog minstens drie ‘normale’ lesuren achteraan. Probeer het maar eens, een dag lang, uur na uur, stil en braaf luisteren naar die leraar die het allemaal zo goed weet. Verschrikkelijk is dat. Verschrikkelijk saai. En weinig effectief. Wat een achterlijk onderwijssysteem hebben we toch.
ViP Volleybaltoernooi
Met een team van docenten van SG Antoni Gaudí heb ik vrijdag meegedaan aan het Rabobank ViP scholenvolleybaltoernooi in sporthal De Vaart in Purmerend. Bijna had ik afgemeld, ik voelde mij de hele ochtend beroerd. Net op tijd opgeknapt, maar wel veel te laat vertrokken richting sporthal. Toen ik de hal in zicht had belde coach Bart. Hij was toch een beetje zenuwachtig of ik nog zou komen. Ik was niet de enige die laat was. Vijf minuten voor aanvang van de eerste wedstrijd waren er nog maar twee van de zes veldspelers. Inclusief speler-coach Bart. Eén minuut voor het begin van de eerste wedstijd stond ik op het veld. Niks geen ballen om in te slaan, gewoon op routine die ruim twee jaar de tijd heeft gehad om weg te zakken.
Wat een stelletje ongeregeld op het veld. Zeven man en vrouw sterk uiteindelijk. We waren met afstand het meest bonte team onder de docenten. Letterlijk en figuurlijk. Bart had het knaloranje schoolgymshirt van Gaudí aan. De rest van het team vulde dat aan met alle kleuren van de regenboog. Liza, de enige echte volleyballer in ons team, zag er profi uit, maar joeg de eerste tien ballen strak in het net. Ze had ook van die kussendingen voor de knieën, in het rood, passend bij haar schoenen. Dan zit je er op! volleybal. Ik had geen kniebeschermers, maar ik dook wel op elke bal. Kansloos. Nu zijn ook mijn knieën rood. Nakita was supergeconcentreerd. Helemaal klaar voor de bal stond ze in een onmiskenbare volleybal houding, wachtend op de dalende hoge bal. Helaas een meter van waar de bal lande. Van de service van Thijs moesten we het ook niet hebben. De scheidsrechter keurde zijn opslag, via de wand van de sporthal, af. De eerste twee wedstrijden pakten we alleen punten als de tegenstander fouten maakte. De docenten van Jan van Egmond en Da Vinci waren te goed. En ik verdenk ze ervan dat ze aan tactiek deden. Met de punt naar achter en de bal hard naar voren over het net. Strak in het tenue en irritant fanatiek. Nee dan wij, lang leve de lol, blij als je de bal raakt.
Maar wij hadden – naast de meeste lol – zonder twijfel de meest fanatieke aanhang. De jongens van Gaudí deden het als supporter net zo goed als op het veld. En net zo luidruchtig als de docenten in het veld. Van wie zouden ze het hebben?
De leerlingen stonden aan het eind van de middag mooi wel in de finale. De docenten pakten drie sets en een gelijkspel. Het spel werd ook tweehonderd procent beter. Overspelen, hier een daar een prima setup met geslaagde afronding, een succesvolle duik van Dirk naar de zoveelste bal, ace service van Nakita en meer goed ballen van alle teamleden. De finale bleef ver uit zicht, maar het was wél een leuke middag.
Faculteit Bouwkunde
Afgelopen dinsdag, bij de presentatie van Rietvink architecten, werd een afbeelding gebruikt – geleend – van een serre van de nieuwe faculteit Bouwkunde in Delft. Die ruimte herkende ik wel. Ik maakte er foto’s van toen ik er een maand gelden op bezoek was. Het Delftsch Bouwkundig Studenten Gezelschap Stylos organiseerde een borrel voor oud besturen. Ik was er bestuurslid in het jaar dat de vereniging honderd jaar bestond.
De oude faculteit Bouwkunde is – helaas – bijna twee jaar geleden afgebrand. De nieuwe faculteit is gerealiseerd in het oude hoofdgebouw van de TU Delft. Ik heb er nog college wiskunde gevolgd. Ongelofelijk wat een transformatie. Van hokkerig, muf, onaangenaam, naar ruimtelijk, modern en sfeervol. Om extra vierkante meters te creëren zijn de oude binnenplaatsen omgetoverd tot serres. Ze vormen het hart van het gebouw, je wil er graag zijn. Goed gedaan, net als de andere ingrepen in het gebouw. Een tweede belangrijke ingreep is het verbreden en doortrekken van de centrale gang. Het verbind de verschillende delen van het gebouw met elkaar en maakt hun relatie zichtbaar. Studenten verzorgden een rondleiding door het gebouw. Het gebouw staat vol met design, wat zeker bijdraagt aan de sfeer. Wat vormgeving betreft klopt alles, maar functioneel kan er hier en daar een vraagteken worden geplaatst. Opvallend is het ontbreken van vaste werkplekken. Zelfs de professoren hebben geen eigen kantoor en nauwelijks kastruimte. De enige gebruikers in het gebouw met een vaste werkplek zijn de bestuursleden van Stylos. Die hebben het belachelijk goed voor elkaar.
Bouwplaats VMBO-campus
Gisteren was ik bij een voorlichting over het nieuw te (ver)bouwen Werkatelier op de VMBO-campus in Purmerend. Voor de komende jaren is er 5,8 miljoen euro beschikbaar voor nieuwbouw en – zogenaamde – vernieuwbouw. Van dat bedrag moeten in ieder geval nieuwe praktijklokalen voor de sectoren zorg, techniek en economie worden gebouwd. Het managementteam van de Purmerendse ScholenGroep ontwikkelde in samenwerking met Rietvink architecten een visie op het ontwerpproces. De visie houdt in dat leerlingen en ouders een belangrijke bijdrage leveren aan het ontwerpproces. Om dat idee vorm te geven wordt er een gymzaal van mijn school omgebouwd tot werkatelier. Er wordt een amfitheater gebouwd, er komen werkruimtes, de wanden van de gymzaal worden opengewerkt, en hoog boven de gymzaal komt, op palen, een uitkijktoren met zicht op de bouwplaats en de campus. Het wordt het centrum van het ontwerp- en bouwproces.
Ik vind het een leuk en ambitieus plan. De uitvoering vraagt nog wel wat aandacht. Wat gaan leerlingen en ouders in het Werkatelier doen? Hoeveel ouders en leerlingen doen er mee? Hoeveel tijd besteden zij aan het ontwerpproces? Wie geeft leiding aan het ontwerpproces? Wie gaat er in het Werkatelier samen met leerlingen en ouders aan de slag? Wat is de rol van de docenten en medewerkers? Hoe verhouden de ideeën van ouders en leerlingen zich tot de visie op onderwijs van de drie scholen op de campus? Het zijn vragen waar in de komende maanden het antwoord op moet worden gevonden.
Waarom jeugdzorg faalt
Interview met Erik Gerritsen, Ella Kalsbeek en Mark Bent, in nieuwsblad Jong aan de Amstel. Ze zijn directeur van respectievelijk Bureau Jeugdzorg Amsterdam, Altra en Spirit. Dus zeg maar, de bazen van de jeugdzorg in Amsterdam en omstreken. Best treurig om te lezen dat zij goed kunnen aangeven waar de schoen wringt, maar niet in staat zijn de problemen op te lossen. Daar is de landelijke politiek voor nodig. Als voornaamste oorzaak voor het falen van de jeugdzorg wordt genoemd het ontbreken van één verantwoordelijke bestuurslaag met daarbij één geldstroom. Artikel op pagina één, HIER (pdf). Een aantal citaten:
‘Schandalig hoe de jeugdzorg kapot is gereorganiseerd’
De huidige financiering wil ik bijna aanmerken als pervers’, zegt Gerritsen. ‘De gemeente financiert de eerstelijns jeugdzorg. dat betekent dat er geen enkele prikkel is om te investeren in de eerstelijns zorg. Investeringen daar leiden er namelijk toe dat minder kinderen terechtkomen in de tweede lijn en daarvan profiteert de provincie, niet de gemeente.’
‘De jeugdzorg krijgt nu geld van gemeente, provinci, awbz en zorgverzekeraars. Kalsbeek: ‘Deze geldstromen vragen verschillende verantwoordingen en belemmeren samenwerking. Zo maak je gecombineerde zorg bijna onmogelijk.’
Bent: ‘Jeugdzorg en jeugd-ggz bieden nu gecombineerde zorg vanuit De Koplleing, het besloten behandelcentrum voor jongeren. De samenwerking loopt goed, maar we waren wel twee jaar bezig om de financiering te regelen.’‘In die tweedelijns jeugdzorg moeten we de bureaucratische indicatie afschaffen. De indicatie moet dienen waarvoor deze is bedoeld, namelijk een indicatie, een richting aangeven van welke kant de hulp op moet.’
‘De indicatiestelling is ooit bedacht om de schaarse middelen van de jeugdzorg eerlijk te verdelen en alleen ten goede te laten komen aan de mensen die het echt nodig hebben. Dat is natuurlijk een vreemde gedachte. Mensen die bij jeugdzorg komen, hebben hulp nodig. Niemand komt voor z’n lol bij ons.’
‘Eigenlijk moet je ons afrekenen op resultaten, maar omdat die moeilijk zijn te meten, rekenen ze ons af op hoe we ons werk uitvoeren. dan verval je in bureaucratie.’
Green Day
Een leerling van mij is fan van Green Day. Hij wilde meedoen aan de podiumavond van school en baalde. Ze hadden al een drummer, een gitarist en nog een gitarist die ook nog kon zingen. Maar nog geen basgitaar dus. “Ik heb een basgitaar”, zeg ik. En voor ik het weet maken we plannen om op zondag bij de muziekschool te repeteren. De eerste afspraken mislukken nog, maar afgelopen maandag nét niet. Van het weekend even bellen of er ruimte is in P3 en dan mij even krabbelen op hyves, had ik als opdracht meegegeven. Maar niks gehoord en ook maandag op school niemand gezien. Voor de veiligheid ben ik maandagmiddag toch maar even Holiday gaan instuderen. De basgitaar afgestoft en de versterker aangeslingerd. Jaren geleden voor het laatst gebruikt. De basgitaar die ik op het gehoor had gestemd, controleerde ik op valsheid met een website met stemvork. Perfect! Nooit geweten dat ik een absoluut gehoor heb. Nummer ingestudeerd, een niet te moeilijk liedje, wel wat onwennig op bas. Tijdens een korte pauze Hyves even gestart en waarempel waarachtig, bericht! Of ik ’s avonds om acht uur in P3 kon zijn. En of ik geld wilde meenemen. Tss. Maar goed, zo gezegd zo ge-digi-daan. De drummer bleek niet al te veel last van ritmegevoel te hebben. Één gitarist met talent en eentje die hard zijn best doet. De zingende gitaar heeft net iets te vroeg de baard in de keel gekregen, maar voor de rest, helemaal niet ontevreden. De mannen hadden een discipline om te repeteren, waar Dirk Zijn & Speciale Saus jaloers op kan zijn. Vrijdag om 13.20 uur moesten we auditie doen voor de podiumavond. Om vijf uur kwam de uitslag, ik kon wel naar huis want ze zouden de uitslag wel even krabbelen. Mooi niet hè! Zit ik mooi maar weer een heel weekend in ondragelijke spanning.
Update: Ja! we zijn door!
Geheim
Iemand die mij op school werkt stuurde een berichtje naar haar naaste collega’s. Ik heb een geheim, ik vind het héél MOEILIJK om het niet tegen jullie te vertellen, nog even geduld. En ik hou van jullie. Dat was ongeveer de strekking van het bericht. Gelukkig ben ik helemaal niet nieuwsgierig. En mijn collega’s ook niet.

